ZONDER VLEUGELS

| Boerenzwaluw |

 

 

 

Boerenzwaluw, Hirundo rustica

De boerenzwaluw is een ‘oertrekvogel’ : als er op de schoolbanken over trekvogels wordt gesproken, dan is de boerenzwaluw een geliefkoosde illustratie.
Dat is ook niet zo verwonderlijk. Boerenzwaluwen behoren tot de kampioenen onder de trekvogels.
Twee keer per jaar leggen ze de duizenden kilometers af, van hier tot zelfs in Zuid-Afrika en terug. Tijdens hun leven leggen ze 300.000 km af en zijn jaarlijks 2 tot 3 maanden onderweg.
Ze komen bij ons aan vanaf maart en zoeken dan hun nest op, meestal in stallen in boerderijen.
De nestplaatsen worden jaar na jaar opnieuw gebruikt. Hun gekwetter zet de straten en de velden dan weer in vuur en vlam. De eerste Boerenzwaluw van het jaar is voor veel vogelkijkers meer dan alleen de bode voor de komende lente.

Boerenzwaluwen vertoeven graag in de nabijheid van mensen. In en rond de stallen op de boerderijen snoepen ze van een schijnbaar oneindige voorraad aan insecten. Zo verorberen ze tot wel 50.000 insecten per week. Ze bouwen hun nest op korte tijd (record: in één dag!) en gebruiken daarvoor tot wel 5.000 propjes modder. Dat nest gebruiken ze jaar nà jaar. Gemiddeld wordt een nest 7 jaar gebruikt, maar er is een locatie bekend waar een nest 48 jaar na elkaar werd gebruikt.

Ze brengen per broedseizoen meerdere nesten groot. De jongen krijgen 270 tot 400 keer per dag een insectenballetje te eten, goed voor 9000 insecten per dag. 4 op 5 van de jongen haalt echter het volgende broedseizoen niet.

Uit onderzoek met geolocators kon interessante info over hun reisgedrag worden afgeleid. Eén exemplaar reisde gemiddeld 235 km/dag, vloog 31 dagen naar het zuiden en vloog zo wel 7.260 km
 

 

 

 

 

contact: yves @ zondervleugels.be